De Goudse Zeilweek op de Reeuwijkse Plassen, georganiseerd door De Goudse Roei- en
Zeilvereniging samen met De Elfhoeven, had dit jaar iets heerlijk overzichtelijks: alleen de
Randmeren bleven als klasse over. Een ontwikkeling waar de voorzitter van de Randmerenklasse
Organisatie bepaald niet rouwig om was. Eindelijk eens een veld waarin je niet eerst een vergrootglas
nodig hebt om te zien wie nu eigenlijk bij welke klasse hoort.
En dan de echte hoofdprijs: de inmiddels beroemde ronde kazen. Sinds enkele jaren gaan die niet
alleen naar de prijswinnaars, maar ook naar de vrijwilligers. Een verstandig beleid, want zonder
vrijwilligers geen wedstrijd, en zonder kaas geen echte Goudse sfeer.
Het zeilen zelf was ondertussen een ander verhaal. Of beter gezegd: een luchtdrukverhaal. Wind was
er namelijk vooral in theorie, op de weerkaart en in de gesprekken aan de koffie. Op beide dagen
kwam de bries rijkelijk laat de plas opzetten. Dat leidde tot een verhoogd cafeïnegehalte onder de
deelnemers, want gratis koffie blijkt ook onder wedstrijdzeilers nog altijd een uiterst effectieve
brandstof.
Intussen werd er op de steigers druk afgestemd, gesleuteld en gemijmerd. Op het terrein werd
minstens zo fanatiek aan trailers gewerkt als op het water aan de boottrim. Dat plassenzeilen een vak
apart is, kan de familie De Bie inmiddels vermoedelijk zonder enig voorbehoud onderschrijven. Het
wordt hoog tijd dat de RKO ook eens een dag rivierzeilen op het programma zet, al was het maar om
te ontdekken dat stroming weer een heel ander soort verwarring oplevert.
Veel aandacht ging uit naar de luchtdruk om ons heen. Een relatie met de zeilnummers werd al snel
gelegd, en zoals altijd mag ieder voor zich uitmaken of dat puur meteorologie was of toch een hoger
plan. De 1030 leek in elk geval de beste kaarten — of beter: de meeste druk — in handen te hebben,
maar zag uiteindelijk de kazen door de mazen vallen.
Ook de boten met wat lagere druk hadden het druk genoeg. De 350, met geleende stuurman Marc,
kreeg er zowaar vleugels van. Inclusief de niet te missen voorzitter van de RKO, Bertel, vormde dat
een duo dat zelfs op afstand opviel. Het was een aandoenlijk tafereel: twee koppies die net boven
het gangboord uitstaken, vastberaden turend naar alles wat op wind leek.
Tot diep in het weekeinde bleef het een open strijd. Niemand kon zich rijk rekenen, en zeker niet in
een veld waarin een goede vlaag net zo zeldzaam was als een overbodige mening aan de wal. Maar
wie te vroeg door de Billen van Ben over de lijn gaat en dan ook nog het zwaard omhoog laat, die
weet dat een mooie voorsprong op de foto uiteindelijk geen enkele waarde heeft. Ook de Mi-Dushi
kon de kazen daardoor niet binnen hengelen.
Dat deden 363, 350 en 1001 well, door simpelweg steeds in de kopgroep te blijven rondvaren en op
de juiste momenten toe te slaan. De grootste “Kaaskoppen” van het weekeinde bleken uiteindelijk
de mannen uit de nacht. Met een brede glimlach, een eersteklas gevoel en vooral de maiden-
toernooi-overwinning, namen Pieter en Jan-Willem de grootste kazen mee naar huis.